Voer vóór elke injectie altijd een veiligheidstest uit. Door een veiligheidstest uit te voeren, zorgt u ervoor dat u de juiste dosis krijgt door:
- te controleren of pen en naald goed functioneren
- luchtbelletjes te verwijderen
- Stel een dosis van 2 eenheden in door aan de dosisinstelring te draaien.

- Verwijder de buitenste naaldbeschermhuls en bewaar hem om de naald na injectie los te draaien van de pen. Verwijder de binnenste naaldbeschermhuls en gooi deze weg.

- Houd de pen vast met de naald naar boven gericht.
- Tik tegen de patroonhouder, zodat eventuele luchtbelletjes richting naald naar boven komen.
- Druk de doseerknop helemaal in. Controleer of er insuline uit de punt van de naald komt.

Het is mogelijk dat u de veiligheidstest meerdere malen moet herhalen voordat er insuline verschijnt.
- Als er geen insuline naar buiten komt, controleer dan op luchtbelletjes en herhaal de veiligheidstest nog tweemaal om deze te verwijderen.
- Als er nog altijd geen insuline naar buiten komt, kan de naald geblokkeerd zijn. Verwissel de naald en probeer het nog eens.
- Als er geen insuline naar buiten komt na het verwisselen van de naald, controleer dan of de patroon correct is geplaatst (zie “Plaats een nieuwe patroon”) en herhaal de veiligheidstest.
- Als er nog altijd geen insuline naar buiten komt, kan de patroon beschadigd zijn. Gebruik deze patroon niet. Plaats een nieuwe patroon.
|